Oled, microled en quantumdots

Televisieschermtechniek nu en straks

De manier waarop we televisiekijken is aan het veranderen. Er vinden ingrijpende ontwikkelingen plaats, zowel op het gebied van content als op dat van de beeldkwaliteit. De interessantste ontwikkelingen die we in de afgelopen tijd hebben gezien, betreffen echter de beeldschermtechniek.

Wat content betreft pakken videodiensten als Netflix en YouTube meer en meer kijkminuten af van traditionele, lineaire tv-programma's, die worden verspreid via antenne, kabel of satelliet. Voorlopig blijft de oude vorm van televisiekijken veruit het populairst, zeker waar het live registraties zoals sportevenementen betreft, maar het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat streaming content dominant zal zijn.

Op het gebied van de beeldkwaliteit zijn er in de afgelopen jaren grote ontwikkelingen geweest dieen blijvende impact zullen hebben. Hoewel reguliere tv-uitzendingen in uhd in Nederland nog vele jaren weg lijken, is de overgang van van hd naar ultra-high-definition, in ieder geval bij nieuwe televisietoestellen, al in een vergevorderd stadium. Wie tegenwoordig een nieuwe tv koopt, komt haast vanzelf bij een uhd-model uit.

Op het gebied van het beeldscherm zelf hebben we plasma zien uitsterven en oled zien opkomen. Waar televisies met een oledpaneel enkele jaren geleden nog onbetaalbaar waren, hebben de prijzen een constante daling laten zien, waardoor een oled-tv nu haalbaar is voor mensen met een modaal inkomen. Inmiddels bieden alle grote merken, behalve Samsung, televisies met een oledpaneel aan. Door de steeds lagere prijzen worden er steeds grotere aantallen verkocht en door het opschalen van de productie kunnen de kosten weer omlaag. De verwachting is dan ook dat de lcd-techniek ergens in de verre toekomst, net als plasma, wordt uitgefaseerd.

Voordat het zover is, gaan we nog heel veel nieuwe televisies zien op basis van lcd, want deze techniek is voorlopig nog niet uitontwikkeld. Zo is de maximale helderheid van deze schermen in de afgelopen jaren enorm toegenomen. Hierdoor is de weergave van hdr-beelden mogelijk geworden. Ook is de kleurweergave in de afgelopen tijd flink verbeterd. Onder meer door de toepassing van backlights met quantumdots en leds met betere fosfors. In dit artikel kijken we naar recente ontwikkelingen op beeldschermgebied. We bespreken hoe de verschillende schermtechnieken die relevant zijn voor televisies, er nu voor staan, en kijken wat de nabije toekomst ons zal brengen.

Oled

Alle oledtelevisies die op dit moment te koop zijn, maken gebruik van een paneel van LG Display. Dat komt doordat LG op dit moment de enige fabrikant is die erin is geslaagd om grote oledpanelen tegen aanvaardbare kosten te produceren. De reden dat de andere fabrikanten nog niet zover zijn, is dat LG in 2009 cruciale patenten van het, toen noodlijdende, Kodak heeft overgenomen. Hierdoor heeft LG voorlopig het alleenrecht op het produceren van oledpanelen op basis van uitsluitend witte oleds met daaroverheen een kleurenfilter. De concurrentie wordt zo gedwongen om panelen te maken met rode, groene en blauwe oleds, de methode die ook voor kleine schermen voor telefoons en tablets wordt gebruikt.

Het probleem met schermen op basis van rgb-oleds is dat de verschillende kleuren niet allemaal even snel slijten; vooral de blauwe subpixels degraderen relatief snel en boeten in aan helderheid, waardoor na verloop van tijd een verschuiving van de kleurbalans ontstaat. De levensduur van rgb-oleds is ruimschoots voldoende voor de kleine schermpjes van telefoons en tablets, doordat deze het grootste deel van de tijd uit staan en bovendien na enkele jaren gebruik alweer worden vervangen. Voor televisies is de levensduur echter nog niet goed genoeg. Van een tv mag je verwachten dat hij vele jaren meegaat, waarbij het scherm vele uren per dag op een hoge helderheid moet kunnen werken. Het slijtageprobleem laat zich niet zomaar oplossen, waardoor we in de komende jaren nog geen grote schermen op basis van rgb-oleds in de winkels zullen zien.

Helderheid

Dankzij de patenten op witte oleds heeft LG de concurrentie op de markt voor grote oledpanelen op vele jaren achterstand gezet. Toch staat ook LG voor grote uitdagingen wat ontwikkeling betreft. Zo heeft het gebruik van kleurenfilters een belangrijk nadeel. Daarmee wordt immers een groot deel van de door de witte oleds opgebrachte lichtenergie omgezet in warmte en dus weggegooid. Hierdoor daalt het rendement van de tv en bovendien staat het een hoge piekhelderheid in de weg. Hierom maakt LG gebruik van een vierde, witte subpixel zonder kleurenfilter. Zo hoeft voor het weergeven van wit slechts één subpixel aan te staan, waarmee veel energie wordt bespaard. De bespaarde energie kan bovendien elders op het scherm worden ingezet, waardoor de gemiddelde helderheid van het paneel omhoog kan zonder dat het stroomverbruik omhooggaat.

Ondanks de witte subpixels blijft de maximale helderheid van oled een zwak punt ten opzichte van lcd. Dat zie je vooral bij de weergave van hdr. In een relatief donkere ruimte ziet hdr er op een oled fantastisch uit, maar bij fel omgevingslicht zijn de felste lcd's duidelijk in het voordeel. Op dit moment is het verschil in maximale helderheid tussen oled en lcd nog te overzien, maar dat kan snel oplopen. Het enige dat je bij een lcd namelijk hoeft te doen om de maximale helderheid te vergroten, is het backlight voorzien van meer en/of efficiëntere leds. Op deze manier kan de maximale helderheid zonder problemen tot enorme waarden worden verhoogd.

Voor de b2b-markt zijn dit soort lcd's al vele jaren te koop. Het felle backlight is in dit geval niet bedoeld voor hdr-weergave, maar om fel omgevingslicht te overwinnen, zoals bijvoorbeeld bij gebruik in reclameborden op straat. Het lijkt een kwestie van tijd voordat we dit soort felle backlights gaan terugzien in hdr-televisies. Sony gaf op de afgelopen CES al een mooi voorproefje van een prototype-lcdtv met een maximale helderheid van maar liefst 10.000cd/m².

Bij een oledscherm is het verhogen van helderheid een veel grotere technische uitdaging, waar veel tijd en geld in gaan zitten. De oleds simpelweg harder aansturen gaat direct ten koste van de levensduur. Pas als er een oplossing is gevonden voor het slijtageprobleem van blauwe oleds, en er dus kan worden afgestapt van witte oleds met kleurenfilters, kunnen de efficiëntie en helderheid een grote stap maken. In de komende jaren blijven oledschermen dus nog een stuk minder fel dan de helderste lcd's.

Kleurbereik

In de afgelopen tijd hebben we het kleurbereik van televisies geleidelijk zien toenemen. Er is geen televisie meer te vinden die niet in staat is om het volledige rec 709-bereik, de standaard voor hdtv, weer te geven. Met de komst van uhd is een groter kleurbereik gespecificeerd: rec 2020. Door het gebruik van monochromatischeprimaire kleuren bij deze specificatie zullen er kleuren met veel meer verzadiging kunnen worden weergegeven. Er zijn op dit moment nog geen camera's die dit grotere bereik volledig kunnen vastleggen en ook zijn er nog geen beeldschermen die het volledig kunnen weergeven. Op dit moment zitten de beste commercieel verkrijgbare schermen in de buurt van DCI-P3, het bereik dat in de bioscoop wordt gebruikt.

Bij een beeldscherm met kleurenfilters, zoals bij een lcd of oled met witte oleds, kan het kleurbereik worden vergroot door de smalbandige filters toe te passen die puurdere primaire kleuren opleveren. Dat leidt dus tot meer kleurverzadiging, maar de keerzijde is dat de helderheid en het rendement flink afnemen, doordat de filters meer licht omzetten in warmte. De voor rec 2020 benodigde monochromatische primaire kleuren vereisen dus extreem nauwkeurige, en dus lastig te maken, filters die bovendien nauwelijks licht doorlaten. Hierdoor zal een oledscherm met witte oleds nooit het volledige rec 2020-bereik halen. Omwille van het kleurbereik is het dus wenselijk om van witte oleds af te stappen en over te gaan op rgb-oleds zonder kleurenfilters.

Oprolbare schermen

Op dit moment produceert LG maar drie maten oledpaneel voor gebruik in televisies: 55, 65 en 77 inch. De grootste maat is, door zijn hoge prijs, voorlopig onbereikbaar voor de gewone man, maar op den duur zal ook deze beter betaalbaar worden. Nu zullen veel mensen 77" al erg groot vinden, maar als we op den duur naar 8k-televisies willen overstappen, hebben we nog veel grotere beeldschermen nodig. Bij de nu gangbare maten voegt die enorme resolutie nauwelijks wat toe, tenzij je wel heel dicht op het scherm gaat zitten.

De gemiddelde televisiemaat laat al jaren een stijgende lijn zien, maar op een gegeven moment zouden televisies te groot worden voor een normale huiskamer. Bovendien zijn grote beeldschermen lastig een trap op te tillen en passen ze niet in een normale auto. Oprolbare schermen bieden een oplossing, doordat ze alleen groot zijn als ze aan staan. Na gebruik verdwijnen ze uit het zicht, waardoor ze makkelijker in een huiskamer toe te passen zijn.

Er worden al vele jaren prototype's van kleine, oprolbare oledschermen op beurzen getoond en twee jaar geleden konden we op de CES bij LG Display al even naar een wat groter 18"-scherm kijken. Dit jaar werd een elektrisch oprolbaar scherm op huiskamerformaat, 65 inch, getoond. Hiermee lijkt de serieproductie weer een grote stap dichterbij. Wanneer er daadwerkelijk een oprolbare tv te koop zal zijn, weten we nu nog niet, maar het zou ons niet verbazen als er volgend jaar op de CES al een wordt aangekondigd.

Ook bij de productie van gewone televisies heeft het gebruik van oprolbare schermen nut. De kostprijs kan namelijk ver worden teruggedrongen door oledschermen op grote rollen te produceren. Door een continuproces dat vergelijkbaar is met dat van een krantendrukpers, kan de schaal waarop schermen worden geproduceerd, worden vergroot en dat spaart kosten uit. Bovendien kunnen halffabricaten op grote rollen worden vervoerd naar de televisiefabriek voor extra besparing.

Voorlopig worden oledschermen voor tv nog gemaakt door middel van stencillithografie, maar voor het produceren op rollen is deze techniek niet geschikt. Daarvoor zal waarschijnlijk gebruik worden gemaakt van een techniek die nog het meest lijkt op die van een inktjetprinter. Er wordt al jaren gewerkt aan manieren om oledschermen te printen. Dat heeft de nodige prototypes opgeleverd en langzamerhand verschijnen de eerste commerciële producten op basis van deze techniek, maar dat zijn allemaal nog relatief kleine schermen. Voorlopig laten grote geprinte televisieschermen nog op zich wachten.

Quantumdots en Qled

Samsung is al jaren de grootste televisiefabrikant ter wereld en is bovendien de grootste fabrikant van (kleine) oledschermen. Hoewel de marktleider een paar jaar geleden een oledtelevisie heeft verkocht, produceert het bedrijf nu alleen nog lcdtv's. Een samenwerking met aartsrivaal LG lijkt uitgesloten en dus heeft Samsung ervoor gekozen om lcdtv's naar een hoger plan te tillen door middel van quantumdots; kleine halfgeleiderdeeltjes waarvan de afmetingen kunnen worden aangepast om licht van verschillende golflengtes, dus kleuren, uit te stralen. Na de introductie van zogeheten s-uhdtv's in 2015 noemt Samsung zijn topmodellen sinds het afgelopen jaar Qled, om ze duidelijker te positioneren tegenover oled-tv's.

Er zijn verschillende manieren om de beeldkwaliteit van een lcd te verbeteren door middel van quantumdots. De methode die Samsung op dit moment inzet, maakt gebruik van een quantumdotfilm die het licht van de backlightleds omzet in rood en groen licht. Er worden geen witte, maar blauwe leds toegepast, waarvan het licht gedeeltelijk wordt doorgelaten. Hierdoor straalt het backlight niet het hele lichtspectrum door, maar zijn er slechts drie smalle pieken bij rood, groen en blauw. Hierdoor laten de kleurenfilters zeer veel licht door en dat heeft positieve gevolgen voor de helderheid en het rendement van het scherm. Doordat de primaire kleuren zeer puur zijn, wordt ook het kleurbereik vergroot.

Geen kleurenfilters meer

Een volgende stap in de evolutie van quantumdots is het compleet achterwege laten van conventionele kleurenfilters. Bij de blauwe subpixels kan al het licht van het backlight gewoon worden doorgelaten, en bij de rode en groene subpixels zullen quantumdots het licht volledig omzetten in de juiste kleur. Hierdoor maakt het rendement, dus ook de helderheid, een grote sprong voorwaarts, doordat er geen licht meer verloren gaat in de kleurenfilters.

Om deze methode te kunnen toepassen, moet er een quantumdotfilm worden geproduceerd die voorzien is van een raster dat exact overeenkomt met de subpixels voor rood, groen en blauw. De grote uitdaging daarbij is ervoor te zorgen dat de vakjes die rood licht moeten uitstralen, ook echt alleen quantumdots bevatten voor rood. Bovendien moet de omzetting bijna volledig zijn, want anders beïnvloedt het overgebleven blauwe licht de kleurweergave. Hetzelfde geldt uiteraard voor de groene subpixels.

Doordat de quantumdots het licht in alle richtingen uitstralen, heeft een dergelijke constructie ook een positief effect op de kijkhoeken. De kleur van de blauwe subpixels hoeft niet te worden aangepast, maar voor goede kijkhoeken moet het licht ervan wel mooi diffuus worden uitgestraald. Er is dus een diffuser nodig en daarvoor zouden ook weer quantumdots kunnen worden ingezet. Het spreekt voor zich dat een dergelijke film een zeer grote precisie vereist en dus erg lastig is om in grote aantallen en tegen aanvaardbare kosten te produceren.

Geen backlight meer

Weer een stap verder in de evolutie van quantumdots kan het backlight achterwege worden gelaten. De quantumdots zullen dan geen licht meer omzetten in een andere kleur, maar rechtstreeks elektriciteit in de juiste kleur licht omzetten. Zo ontstaat een self-emissive display, waarbij de subpixels zelf licht zullen geven, zoals dat nu bij oled het geval is. De quantumdot-emitters zullen, net als bij een oled, worden aangestuurd door een actieve matrix van thinfilmtransistors.

Doordat een dergelijke tv relatief eenvoudig in elkaar zit en weinig onderdelen bevat, is die in potentie tegen zeer lage kosten te produceren. Voordat we dit soort schermen echter in de winkels zullen aantreffen, is er nog een lange weg te gaan. Tot nu toe hebben we slechts een paar kleine prototypen gezien met een lage resolutie en een lage pixeldichtheid. De Chinese fabrikant BOE, die de prototypes maakte, timmert ook hard aan de weg met oledschermen voor telefoons. Als het bedrijf er als eerste in slaagt om dit soort schermen commercieel aan te bieden, kan dat een grote verschuiving op de markt voor televisies inluiden.

Microled

Naast self-emissive displays op basis van quantumdots en oleds kennen we schermen die zelf licht geven op basis van conventionele, anorganische leds. Dit soort ledschermen tref je bijvoorbeeld aan bij festivals, stations en op grote reclameborden langs de snelweg. Er worden al vele jaren tv's onder de marketingnaam 'led-tv' verkocht, maar dat zijn gewoon lcd-modellen met een ledbacklight. De echte ledtechniek kent een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van lcd. Zo maken ze een enorme helderheid mogelijk, waardoor ze ook in de volle zon een goed beeld opleveren. Schermen op basis van rgb-leds bieden bovendien zeer goede kijkhoeken en doordat de individuele leds geheel uitgeschakeld kunnen worden, is de zwartweergave perfect.

Perfect zwart en een hoge helderheid resulteren in een enorm groot contrast en doordat leds zeer pure primaire kleuren kunnen opwekken, is het kleurbereik heel groot. Doordat leds snel aan- en uitgeschakeld kunnen worden, zijn ledschermen veel beter in het weergeven van snel bewegende beelden dan lcd's. Allemaal eigenschappen die we graag terugzien bij televisieschermen. Helaas heeft deze techniek ook negatieve eigenschappen, waardoor zij tot nu toe ongeschikt was om ingezet te worden in de huiskamer.

Sony toonde op de CES in 2012 al een werkend prototype en de marketingafdeling had zelfs al een naam voor de techniek bedacht: Crystal LED. Het was een 55"-scherm met een resolutie van 1920x1080 pixels. Een pixel bestaat uit een rode, groene en blauwe subpixel, en dus bevatte dit scherm meer dan 6,2 miljoen afzonderlijke leds. Bij dergelijke hoge aantallen zullen er altijd wel een paar leds niet werken. Je kunt de leds uiteraard stuk voor stuk testen voordat je er een scherm van maakt, maar dat geeft nog geen garantie dat ze het na montage allemaal blijven doen. Dit scherm was dan ook een waar kunststukje, waarvoor zelfs reparaties met behulp van een microscoop nodig waren.

De kosten die met dit prototype gemoeid waren, zullen door het vele handwerk zijn opgelopen tot vele tienduizenden euro's. Nu kun je voor de productie natuurlijk robots inzetten, maar door de hoge vereiste nauwkeurigheid zullen dit soort schermen veel duurder zijn om te maken dan lcd's en oleds. Daarbij komt dat de hd-resolutie van het prototype tegenwoordig niet meer hoog genoeg is om te concurreren met bestaande technieken. Voor een uhd-scherm zijn nog eens vier keer zoveel afzonderlijke leds nodig, die bovendien vier keer zo klein moeten zijn en waarbij de lichtopbrengst, als het even kan, een stuk groter moet zijn, zodat een goede hdr-weergave mogelijk is.

Modulair

Een mogelijke oplossing om een scherm te maken zonder dode pixels, waarbij geen handmatige reparaties nodig zijn, is het gebruiken van ledmodules. Dit is dan ook de methode die Sony heeft gekozen voor de professionele Cledis-videomuur, maar eigenlijk gebruiken alle grote grote ledschermen deze constructie. Modules die fouten bevatten, kun je zo simpelweg vervangen en bovendien kun je zo schermen met verschillende afmetingen maken.

Samsung toonde op de afgelopen CES een prototype van een modulair scherm, genaamd The Wall, met een schermdiagonaal maar liefst 146 inch. Het past in de meeste kamers amper tussen de vloer en het plafond, maar toch is het bedoeld voor thuisgebruik. De helderheid van dit scherm was indrukwekkend en sommige demobeelden deden haast pijn aan de ogen. Samsung is van plan om het scherm ergens dit jaar te gaan verkopen voor een nog onbekend bedrag. Wij schatten dat je meer dan een ton zult moeten neertellen als je er een wil hebben.

Het scherm kende nog wat schoonheidsfoutjes; de naden tussen de afzonderlijke modules waren hier en daar zichtbaar en ook waren er relatief veel pixeldefecten. Naast dode pixels waren er ook subpixels te zien die continu bleven branden. Door de hoge helderheid en doordat het scherm achter een touwtje was opgesteld, zodat je niet al te dichtbij kon komen, vielen de pixeldefecten met het blote oog nauwelijks op, maar er is duidelijk nog werk te verrichten voordat het scherm geschikt is voor de verkoop aan vermogende particulieren.

Het ledscherm van Samsung heeft een pixelpitch van rond de 0,8mm; hiermee gaat Samsung gelijk op met andere fabrikanten van ledschermen. Zelfs als je de pixelpitch zou kunnen halveren, kom je, uitgaande van een uhd-scherm, nog op een flinke maat voor in de huiskamer uit. Voor een modale maat van 55" zal de pixelpitch verkleind moeten worden tot zo'n 0,3mm. Dat alleen al is een technische uitdaging van formaat. Als een dergelijk scherm ook nog eens tegen een concurrerende prijs moet worden gemaakt, is het voorlopig een zo goed als onmogelijke opgave.

Samsung zet de ledtechniek nu al wel in voor bioscopen. Vorig jaar opende de eerste bioscoopzaal met een ledscherm ter wereld zijn deuren in de Lotte World Tower in Seoul. Het betreft een, voor bioscopen, relatief klein scherm van zo'n tien meter breed. Het 4k-scherm is opgebouwd uit zesennegentig modules en heeft een maximale helderheid van 500cd/m². Dat lijkt niet bijzonder veel als je het vergelijkt met een hdr-tv, maar het is ongeveer tien keer zoveel licht als gebruikelijk is in bioscopen. Bij defecten kunnen de afzonderlijke ledmodules, die een pixelpitch hebben van 2,5mm, relatief eenvoudig worden vervangen door nieuwe. Na het doorlopen van een kalibratieprocedure is het scherm dan weer klaar voor gebruik.

Hoewel de ledtechniek een duidelijk voordeel oplevert wat beeldkwaliteit betreft, is zij voor de geluidskwaliteit juist een nadeel. Bij een normaal projectiescherm zijn er namelijk luidsprekers achter het scherm geplaatst, maar dat kan niet bij een ledscherm. Hiervoor moest een speciaal systeem worden ontworpen met luidsprekers rond het scherm en weergevers die vanuit de zaal op het scherm zijn gericht om het geluid van de schermkanalen via de ledmodules te laten weerkaatsen. Samsung belooft een levensduur van maar liefst honderdduizend uur. Het eerste ledscherm van Europa wordt dit jaar in Zürich in gebruik genomen.

Fabricageproces

De sleutel tot het maken van microledschermen met een kleine pixelpitch is het fabricageproces. Als je de miljoenen leds een voor een op de backplane aanbrengt, heb je een zeer nauwkeurige robot nodig. Niet alleen is een dergelijke robot duur, vanwege de vereiste precisie, maar doordat het op deze wijze produceren van een scherm veel tijd in beslag neemt, lopen de kosten verder op. Een snellere aanpak is het aanbrengen van leds in groepen van dezelfde primaire kleur. Voor het maken van wafers met een enkele kleur leds hoef je niets uit te vinden, omdat alle losse leds op deze manier worden gemaakt. Het oppakken van groepen leds is wel lastig. De afmetingen zijn namelijk zo klein dat een mechanische grijper geen optie is. De enige manier om de leds met een robot op te pakken, is door gebruik te maken van een soort lijm. Deze mag vervolgens niet te goed plakken, want hij moet wel weer loslaten als de leds op de juiste plek zijn aangebracht.

Een andere methode is het fabriceren van wafers met daarop rode, groene en blauwe leds. Vervolgens wordt de wafer in stukken gesneden en kan een robot de losse microledmodules op een backplane plaatsen. Deze manier van wafers produceren is zeer vergelijkbaar met de productie van cmos-sensoren voor camera's. Voor het maken van dit soort wafers is een groot aantal stappen nodig, waardoor de kosten per wafer enorm oplopen. Bovendien levert de hoge complexiteit veel lagere yields op, waardoor de kosten verder oplopen. Als je kijkt wat sensoren uit fullframe- en middenformaat camera's kosten, dan laat het zich raden dat beeldschermen van enig formaat die op vergelijkbare wijze worden geproduceerd, exorbitant duur zullen zijn. Voor kleine displays, zoals we die tegenkomen in vr-brillen, ar-brillen en elektronische zoekers, is deze techniek in de toekomst wellicht geschikt, maar dan zullen de kosten alsnog flink moeten dalen.

Tot slot

De toekomst zal ons nog veel mooie innovaties op schermgebied brengen, maar de geschiedenis leert dat een technologische doorbraak zich niet laat afdwingen. Nadat een nieuwe techniek is uitgevonden, is er nog een lange weg te gaan voordat de producten die er gebruik van maken, in de winkels liggen. Zo begon Canon al in 1986 met de ontwikkeling van sed. Deze destijds veelbelovende schermtechniek maakte, net als crt's, gebruik van fosfors waarin licht werd opgewekt door ze met elektronen te beschieten. Hierbij had elke afzonderlijke subpixel zijn eigen, minuscule elektronenkanon. Deze techniek leverde een zeer hoog contrast op, perfecte kijkhoeken en een zeer snelle reactietijd. Hoewel in de loop der tijd op beurzen diverse indrukwekkende prototypes zijn getoond, bleek het uiteindelijk onmogelijk om sed's tegen aanvaardbare kosten te produceren, om zo te kunnen concurreren met lcd en plasma.

Ook de wat recentere ontwikkelingen op microledgebied verliepen niet altijd voorspoedig. Zo nam Apple in 2014 bijvoorbeeld het bedrijf LuxVue over met de intentie om draagbare apparaten met kleine schermen te gaan voorzien van microleds. De Apple Watch was de aangewezen kandidaat om te worden voorzien van een energiezuinig klein scherm met een lage resolutie. We hebben inmiddels drie generaties Apple Watch gezien die allemaal waren voorzien van een oledscherm. Inmiddels lijkt Apple niet meer te geloven in een spoedige doorbraak en is de capaciteit van het ontwikkelteam teruggeschroefd.

Televisieschermen op basis van microled zullen we in de komende jaren nog niet zien, maar de ontwikkelingen op dit gebied kunnen wel helpen om de bestaande lcd-techniek te verbeteren. De beste lcd's zijn namelijk voorzien van een full array local dimming backlight. Nu heeft een dergelijk scherm In het beste geval enkele honderden dimbare zones. Met microleds als backlight kan het aantal zones vrij eenvoudig worden verhoogd naar vele duizenden, waarmee een indrukwekkende hdr-weergave mogelijk wordt. We hoeven er niet eens lang op te wachten, want nog dit jaar kunnen we de eerste nieuwe schermen tegemoetzien.

In de nabije toekomst kunnen we de nodige innovaties op oledgebied verwachten. Er wordt veel verwacht van blauwe emitters op basis van thermally activated delayed fluorescence. Onder andere het Duitse bedrijf Cynora houdt zich bezig met de ontwikkeling van tadf-technologie. Zowel Samsung als LG heeft geld geïnvesteerd in Cynora. Als het lukt om de levensduur van blauwe tadf-oleds op een hoog niveau te krijgen, is het niet langer noodzakelijk om witte oleds met kleurenfilters voor grote oledpanelen te gebruiken. Dat betekent dat Samsung en andere fabrikanten de markt voor grote oledpanelen (weer) kunnen gaan betreden en meer concurrentie is natuurlijk alleen maar goed voor ons als consumenten.

Bron: Tweakers

Labels:

omhoog
112 users have voted.