Proxy en Intermediate Codecs

Bij het monteren van HD en zeker ook UHD, stellen we echt wel onze PC op de proef. De complexiteit van de codecs die onze camera gebruikt, vraagt zeer veel rekenwerk van de processor. Wanneer we meerdere tracks op de timeline plaatsen en daarmee real-time willen monteren, kan de weergave wel eens stotteren. Er zijn hiervoor 2 oplossingen. Ofwel werk je met een intermediate codec of je werkt met een proxy codec.  Als je efficient en vlot wil werken, zeker eens lezen en proberen !


Proxy en intermediate codecs in video montage.

Full HD (1920x1080) zit sinds enkele jaren in de lift. De tape camcorders voor DV en HDV verdwijnen stilaan. Ze worden vervangen door full HD camera’s met geheugenkaarten. Full HD beelden bevatten ongeveer 5 maal meer pixels dan onze standaard definitie beelden (720x576) Om de grote hoeveelheden data op te slaan zonder dat de video bestanden gigantisch groot worden, zijn ook de bijhorende codecs - de manieren waarop de video data wordt samengeperst - vernuftiger geworden. Dit vernuft vereist extra rekenkracht van onze computers. Camcorders passen een compressie (codec) toe alvorens de video signalen op het geheugen (kaart) worden geladen. Die “compressed” signalen gebruiken we dan bij montage. Het aantal nullen en enen die onze PC per seconde te verwerken krijgt bij een dergelijke “compressed” full HD video verhoogt niet noodzakelijk (~25Mb/s voor DV vs. ~ 24 tot 28 Mb/s voor goede AVCHD), maar het is vooral de manier waarop die nullen en enen en de bijhorende beelden in elkaar verweven worden, die veel complexer is geworden. 

Bij de hedendaagse HD video formaten (de zgn. long GOP codecs) wordt slechts om de halve seconde een compleet beeld opgenomen. Daar tussenin worden enkel de veranderingen in de opeenvolgende beelden geregistreerd. Bij montage moeten alle frames steeds volledig beschikbaar zijn, en moeten dus tussenliggende beelden opnieuw samengesteld worden via een flink stukje PC rekenwerk.

De tijd dat een deftige PC vlot kon omgaan met video, zoals die uit onze DV camera kwam, is daardoor voorlopig voorbij. Met HDV lukt het nog net met een krachtige PC, maar full HD met de AVCHD/H264 codec vlot monteren (real time preview, tijdlijn scrolling,…) is uitgesloten, zeker voor geavanceerde montages, met meerdere tijdlijnen (multicam bv), filters e.d. Daarvoor is er een rekenkracht nodig die zelfs een performante PC (nog) niet kan leveren…

Er is (was) dus een probleem…

Al vlug werd bij enkele NLE’s gebruik gemaakt van de rekenkracht van de grafische kaart. Maar dit bleek niet evident om het programma juist tunen voor de verschillende versies van de GPU.

De zgn. Intermediate en de Proxy codecs brachten een meer universele oplossing.

Om het intermediate/proxy concept te verduidelijken, moeten we bij PC montage onderscheid maken tussen het inbrengen van video (import, capteren,…), het monteren zelf (preview, cuts, filters, teksten,…), en het exporteren (renderen, delen…). Die intermediate/proxy codecs hebben enkel betrekking op het vlot monteren en dus enkel op het montage proces zelf.

Die “tussencodecs” zorgen er voor dat de video files met de complexe codecs eerst worden omgezet naar een ander formaat dat “PC vriendelijk” is, m.a.w. minder rekenkracht nodig heeft bij het scrollen van de tijdlijn, of bv het berekenen van overgangen, filters, tekst inserties, enz.

Is het gebruik van die tussen codec noodzakelijk bij fullHD montage? Helemaal niet, maar dan moet elke verandering (tekst, overgang, filters,…) gerenderd worden in het origineel formaat alvorens het resultaat te kunnen bekijken en wordt vlot door de tijdlijn scrollen daardoor bemoeilijkt. Als regelmatig renderen van filters e.d. in een montage veelvuldig voorkomt, brengt dit extra wachttijden en afleiding met zich mee. 

Het aanmaken van de intermediate of proxy video files vraagt eveneens de nodige tijd vooraf, dus niet als de “muse” actief moet zijn. Daardoor is het soms een afwegen of een proxy/intermediate benadering wel nodig is en is de keuze een beetje afhankelijk van de montagestijl, en het vermogen onder de PC motorkap.

Die twee “tussencodec” oplossingen, hoewel ze hetzelfde doel hebben, verschillen fundamneteel van elkaar.

Bij een intermediate codec werkwijze wordt de originele video zo goed als verliesloos omgezet (geconverteerd) naar een andere codec die eenvoudiger in elkaar zit en daardoor minder rekenkracht van de computer vergt. Voorbeelden van dergelijke intermediate codecs zijn o.a de “Canopus HQ codec”(Edius), de “Apple Intermediate Ccodec” en “ProRes HD codec” (iMovie, FCP,…), of de DNxHD (Avid). Het “openbreken” van de complexiteit van de originele codec geeft aanleiding tot video met hoge bitrate en grote bestanden. Met hoge bitrates hebben moderne PC’s geen probleem, met gecompliceerde codes (zoals bv. gebruikt in de AVCHD .MTS video) hebben ze het echter wel moeilijk…De grote intermediate video bestanden vragen dan uiteraard meer schijfruimte.

Bij het concept van de “intermediate codec” wordt de geconverteerde file bij de montage, maar ook bij rendering/export gebruikt om daaruit het eindformaat te maken. De originele files blijven hierbij dus ongebruikt. 

Gezien die “tussencodec” zo goed als verliesvrij is, ontstaat er ook geen kwaliteitsverlies t.o.v. het gebruik van die originele video voor de rendering.

Bij de tweede methode, gekend als “Proxy editing” en meer aangewezen is bij laptop montage, worden de originele files eveneens vooraf geconverteerd,  maar dit keer niet op een verliesvrije manier, zoals dit bij de intermediate werkwijze gebeurt, maar naar een codec  die minder complex is, en die toch goed genoeg blijft om een voortreffelijke preview bij de montage toe te laten (bv DVD formaat). De hele montage gebeurt in dat formaat. Voor het renderen/exporteren wordt dan gebruik gemaakt van de originele (native) files. De proxy bestanden dienen dan nog enkel om bij de originele video files aan te duiden waar gesneden moet worden, waar een overgang moet zitten, waar een tekst of effect moet zitten enz. De met tekst, filters, ...bewerkte zones moeten dan uiteraard bij het render/export  proces berekend (gerenderd) worden in het origineel formaat. 

Indien de output video hetzelfde formaat van de input heeft (vb. AVCHD in en out) dan kan bij het renderen via dat proxy concept evtl nog voor een “smart render” worden gekozen, waarbij de stukken van de originele video gedeelten, die geen bewerking (overgang, tekst, filter) hebben ondergaan, onveranderd in de output file kunnen worden gebruikt. Als een video niet teveel bewerkingen bevat, levert smart render uiteraard een belangrijke tijdswinst op. De video data worden immers gewoon van de originele files overgenomen, zonder bewerking (en zijn dus ook 100% verliesvrij).

Als de montage snel moet gaan (bv voor nieuws video) wordt het proxy concept ook regelmatig gebruikt in de pro wereld voor laptop montage “onderweg”. 

P.S. Huidige Edius versies kunnen, naast het intermediate codec concept, ook overweg met Proxy mode editing. Ook voor Mac is een Proxy versie beschikbaar (ProRes4.2.0 proxy). 

 

Andre De Clercq 

 

 

 

 

 

 

omhoog
527 users have voted.